• 43 redenen waarom (Micro FourThirds) foto’s niet scherp zijn

    25 januari 2020

    Op Youtube kwam ik een video tegen van Robin Wong. Omdat hij vaak vragen kreeg over onscherpe foto's had hij een overzichtsvideo gemaakt van 43 redenen wat deze onscherpte zou kunnen veroorzaken. Ik heb hiervan een nederlandstalig overzicht gemaakt die je hieronder kan vinden.

    1. Camera wordt op de verkeerder manier vastgehouden. - Te vaak zien we dat fotografen de camera met 1 hand vasthouden. De juiste manier om de camera stabiel vast te houden is om de body met het objectief te ondersteunen met de linkerhand. Door de elleboog in de zij te drukken wordt er nog meer stabiliteit gecreëerd.  De rechterhand wordt enkel gebruikt om de camera te sturen Ondersteun het objectief met je linkerhand.   
    2. Beweging van de camera (naar voren of beneden) bij indrukken van de ontspanknop. – Vaak wordt er te hard op de ontspanknop gedrukt waardoor de camera beweegt tijdens het maken van de foto. Dit resulteert in bewogen foto’s of een scheve horizon. Beweeg alleen de bovenste 2 kootjes van de wijsvinger op de ontspanknop vast te houden en in te drukken.
    3. Trillende handen van de fotograaf. -  Hoewel de ene persoon meer trilt als de andere heeft bijna niemand een echt stabiele vast hand. Zaken als kou, vermoeidheid, te veel koffie zorgen voor nog meer beweging. Wees uitgerust tijdens het fotograferen.
    4. De beeldstabilisatie is uitgeschakeld. – Zorg er altijd voor dat de beeldstabilisatie is aangeschakeld als er gefotografeerd wordt vanuit de hand. Als er een statief gebruikt wordt zet deze dan uit.
    5. Verkeerde IS instelling wordt gebruikt. – Er zijn meerdere standen van beeldstabilisatie. IS-auto, IS 1, IS 2 en eventueel nog andere. Kies altijd de juiste stabilisatie. Meestal is volledige stabilisatie nodig, maar er zijn ook momenten waarbij er één as uitgeschakeld moet worden, B.v. bij het fotograferen van een (race) auto
    6. Sluiter vibratie. – De mechanische sluiter kan een trilling in de camera en daardoor een bewogen/onscherpe foto veroorzaken. Door de camera in te stellen op Anti-Shock wordt voorkomen dat dit gebeurt. Bij spiegelreflexcamera’s is dit effect nog groter door het opklappen van de spiegel tijdens het maken van de foto.
    7. De camera(lens) staat om Manual Focus – Staat de camera op Auto focus of op manueel? Een aantal Olympus objectieven zijn voorzien van de zogenaamde FocusClutch. Een ring aan de voorzijde van het objectief waarmee snel geschakeld kan worden tussen AF en MF. Staat deze in de gewenste stand?
    8. Het autofocuspunt staat ergens anders dan gedacht. – Is het juiste focuspunt ingesteld? Stond deze nog op een andere plek van een eerdere foto?
    9. Full Time AF staat aan. - De camera blijft continue zoeken naar het (in de ogen van de elektronica) beste autofocuspunt.
    10. Gebruik geen Center AF en dan opnieuw uitkaderen. – Bepaal eerst het kader, kies dan het juist scherpstelpunt. Dat kan al eenvoudig via het touchscreen of door de joystick.
    11. Verkeerde instelling in AF limiter. – Als deze is ingesteld op een bepaald gebied en het gewenste scherpstelpunt ligt buiten deze afstand dan kan de camera niet scherpstellen. Let hier dus op bij het gebruik van deze functie
    12. Gebruik geen HIGH sequentieel shooting bij C-AF. – De camera stelt enkel bij het eerste beeld scherp. Als de afstand tussen de fotograaf en het onderwerp veranderd wordt dit niet gecorrigeerd. Gebruikt bij C-Af enkel LOW sequentieel.
    13. Gezichtsdetectie maakt verkeerde keuze. - De camera bepaald aan de hand van een aantal criteria of hij een gezicht ziet. Er zijn momenten dat er iets voor een gezicht wordt aangezien terwijl dat niet zo is. Let ook hierop
    14. Is de sluitertijd niet te lang? – Kies, ondanks de uitmuntede beeldstabilisatie van Olympus camera’s, altijd een zo kort mogelijke sluitertijd bij stilstaande onderwerpen.
    15. De sluitertijd klopt niet met de beweging van het onderwerp. – Hou rekening met de snelheid van bewegen van je onderwerp bij het kiezen van de juiste sluitertijd.
    16. Diffractie. - Alle objectieven hebben last van afbuigingsproblemen binnenin het objectief. Hoe kleiner het diafragma (groter getal) hoe meer kans hierop. De Olympus objectieven zijn zo ontwikkeld om al bij het grootst mogelijke diafragma of één stop hoger optimaal qua scherpte te zijn. Probeer altijd onder diafragma F8.0 te blijven.
    17. De firmware van camera en/of objectieven is niet up-to-date. – De Olympus camera herkend welk objectief er op de camera is geplaatst. Hierdoor zorgt hij voor een optimale combinatie. Bij elk nieuw objectief of elke nieuwe camera is het verstandig om met, Olympus Camera Updater, ervoor te zorgen dat de nieuwste firmware op beide producten zit.
    18. Flare/gosthing/backlight. – Schuin invallend licht of tegen en sterke lichtbron in fotograferen kan ervoor zorgen dat de camera niet optimaal kan scherpstellen. Hou hier rekening mee, door b.v. een zonnekap te gebruiken.
    19. Controleer of het beeld scherp is voordat de foto wordt genomen. – Heeft de fotograaf wel exact goed scherp gesteld? Door gebruik te maken van MF-pieken en MF-vergroting kan hij nauwkeurig de scherpte bepalen.
    20. Het ART-filter “Soft focus” staat aan. – Dit filter zorgt voor een zachter beeld (in JPEG) door wat scherpte weg te halen.
    21. Vingerafdrukken (vuil) op de voorkant van het objectief. – Zorg dat het objectief aan de voorkant schoon is. Vuiligheid kan ervoor zorgen dat het beeld niet goed binnenkomt of dat het scherpstellen bemoeilijkt wordt.  Poets hem met een speciaal doekje en plaats de lensdop als de camera niet gebruikt wordt.
    22. Vingerafdrukken (vuil) op de binnenkant van het objectief. – Zie hierboven
    23. Vingerafdrukken (vuil) op de sensor. – Raak de sensor nooit aan. Als de sensor vuil is laat deze dan door een professional reinigen.
    24. Water/vocht in het objectief (vochtige omgeving). – In een vochtige omgeving (tropen, airconditioning of b.v. een tropische hal in de dierentuin, kan er vocht komen in de binnenkant van het objectief. Dit kan ervoor zorgen dat het beeld niet goed binnenkomt of dat het scherpstellen bemoeilijkt wordt. Dit kan verholpen worden door, in of na dit soort situaties, het objectief in een gesloten omgeving om te bergen met een vocht absorberend materiaal erbij.
    25. Luchtvervuiling/smog. – Als de omgevingslucht niet helder is dat is het onmogelijk om een scherpe/heldere foto te krijgen.
    26. Te weinig contrast in de foto. –Een foto lijkt scherper als er veel contrast in de foto te zien is. Als er gewerkt wordt/gebruikt gemaakt wordt van contrasterende kleuren.
    27. Te ver bij het onderwerp vandaan. – Als het onderwerp ver weg staat dan is het erg lastig om dit scherp in beeld te krijgen. Probeer dichter bij te komen.
    28. Er worden (goedkope) filters gebruikt. – Gebruik geen filters voor je objectief bij normaal dagelijks gebruik. Dit extra stuk (meestal inferieur) glas, zorgt ervoor dat de camera minder goed/makkelijk kan scherpstellen. S ’avonds zorgt het ook nog voor extra reflecties. Plaats je lensdop als je niet fotografeert. Dit beschermt genoeg.
    29. Is er door glas heen gefotografeerd? – Ook het fotograferen door een ruit heen zorgt ervoor dat de camera minder goed kan scherpstellen. Probeer dit dus zoveel mogelijk te vermijden.
    30. Het gebuikte statief is niet stabiel genoeg.  – Als er gefotografeerd wordt vanaf een statief zorg er dan voor dat dit een degelijk en stabiel statief is. Draai nooit het bovenste verlengstuk uit. Gebruik een afstandsbediening of de ontspanvertraging. Let erop dat de wind kan “trekken” aan je camerariem.
    31. Waren er zijn grote temperatuurverschillen? – Vanuit een warme auto fotograferen naar een koude omgeving of fotograferen over een koud wateroppervlak of een warme woestijn zorgt voor trilling in de lucht en daardoor voor onscherpte.
    32. Er wordt niet in de hoogst mogelijke resolutie in JPEG gewerkt. – Gebruikt als er in JPEG wordt gefotografeerd altijd de hoogst mogelijke resolutie.
    33. Bewerk geen JPEG-bestanden. Kies dan altijd voor RAW. – Als de foto’s bewerkt gaan worden dan moet dit altijd met RAW-bestanden gebeuren. Doe dit niet met (reeds gecomprimeerde) JPEG’s.
    34. Er wordt te veel ruisreductie gebruikt in de nabewerking. – Kies in de nabewerking voor kleine stapjes, te vaak worden er te drastische bewerkingen gedaan.
    35. Heb je voldoende kennis van nabewerking? - Voor elk type camera is een andere werkwijze vereist. De werkwijze moet dus aangepast worden op het soort apparatuur waarmee gewerkt wordt. Te vaak worden instellingen blindelings toegepast, zonder rekening te houden met het begin product. MFT vereist andere aanpassingen als dezelfde foto in APS-C of in Full Frame. Er is voor Olympus MFT geen lenscorrectie functie in de bewerkingssoftware. De camera zorgt zelf voor deze correcties.
    36. Is er de nieuwste (juiste) versie van de beeldbewerkingssoftware? -  Zorg altijd voor de laatste update, zodat de software optimaal is aangepast op de gebruikte apparatuur.
    37. Heb je de converter echt nodig? -Het plaatsen van een converter gaat altijd ten koste van de scherpte. Is die dus echt nodig?
    38. Staat de digitale teleconverter aan? – Als deze functie aanstaat wordt de resolutie van de foto teruggeschroefd van 20 Megapixel naar slechts 5 Megapixels.
    39. Bewoog de ondergrond? – Werd er b.v. gefotografeerd vanaf een brug terwijl een vrachtwagen voorbijreed?
    40. Past de kwaliteit van de lens bij je verwachtingen (kit lens i.p.v. Prime). – Hoewel de kitobjectieven van Olympus de beste in hun klasse zijn, is er een reden waarom er Prime objectieven zijn. Deze objectieven zorgen (door het betere glaswerk) voor een beter/scherper beeld. Hou daar rekening mee bij het beoordelen van de foto’s.
    41. Probleem in IS unit. – Natuurlijk zou er een mechanisch/elektronisch probleem kunnen zitten in de camera welke de onscherpte veroorzaakt. Laat dit nakijken door een expert.
    42. Defecte lens. -  Ook in een objectief zou er een defect kunnen zijn, zowel elektronisch als mechanisch, welke de onscherpte veroorzaakt. Laat dit nakijken door een expert.
    43. Weet je zeker dat het scherpte is wat er ontbreekt? – Misschien wel de meest lastige te beantwoorden, maar is het wel onscherpte die er gemist wordt? Ligt het niet aan de persoon die de foto bekijkt en naar iets zoekt wat er niet te zien is?

     

     

    Natuurlijk zijn er ook nog andere redenen, en misschien past het product gewoon niet bij de fotograaf of bij zijn manier van werken. Ander, nieuw gereedschap vraagt een andere manier van gebruiken. Hou hier rekening mee. Wil men de werkwijze niet aanpassen, zoek dan apparatuur die past bij de eigen manier van werken.

    https://robinwong.blogspot.com/2019/09/43-possible-reasons-why-your-micro-43.html

    Lees meer >> | 0 Reacties | Reageer | 23 keer bekeken